Pagina's

vrijdag, juni 22, 2012

Jan De Lichte met een Lofdicht voor de Yzeren Keizer: "Aan de oevers van den Dender..."




Zingen kan ook, op de wijs van  
"Zie ik de lichtjes van de Schelde":


Heel diep in de kelders van de Kathedraalst
zat Jan de Lichte te wenen:
ze gingen hem delen, op de markt van Aalst,
’t angstzweet liep van tussen zijn benen.
Maar hij grijnsde toen hij dacht aan de vorige nacht,
dat nachtje met die hete griet:
’t lief van de keizer had zijn bed gedeeld
en dat voor één frank, ’t was voor niet…

Daar aan de oevers van den Dender,
heel diep verscholen in het riet,
zat onze keizer op zijn huksken
op een oud omgekeerd vergiet.
Ja aan de oevers van den Dender,
ver weggedoken in het riet,
zat onze keizer diep te treuren
want Nieke Maaime die kwam niet.

De keizer die zwoer: ‘Dat lapt Jan mij niet meer!
Zijn laatst’ uur heeft voorwaar geslagen!’
Hij zocht toen naar Nieke, zwierf door ’t stad heen en weer -
maar Nieke wilde nergens dagen.
Hij sprong op zijn ros, reed naar de Kathedraalst
en spurtte de trappen naar beneen
waar Nieke in d’armen van Jan de Lichte lag
en toen zeeg de keizer ineen.
Daar aan de oevers van den Dender,
heel diep verscholen in het riet,
zat onze keizer op zijn hurken
op een oud omgekeerd vergiet.
Ja aan de oevers van den Dender,
ver weggedoken in het riet,
zat onze keizer diep te treuren
want Nieke Naaime kwam maar niet…

De volgende dag liep er veel volk in 't stad,
men ging naar 't vierendelen kijken.
In 't midden van de markt zat de Jan op zijn gat,
keek rond en zag armen en rijken.
De knollen stonden klaar met een touw rond hun nek
al wachtend op ’t ultieme signaal.
Maar plots was daar Nieke, zij sneed de Jan los
en ging toen snel met hem aan de haal.
Daar aan de oevers van den Dender,
heel diep verscholen in het riet,
zat onze keizer op zijn hurken
op een oud omgekeerd vergiet.
Ja aan de oevers van den Dender,
ver weggedoken in het riet,
zat onze keizer diep te treuren
want Nieke Naaime kwam maar niet…



Koen Mertens

Geen opmerkingen: